Lopen op het strand, hoe pak je dat aan?

Na een lange dag nog eventjes je loopschoenen aantrekken om bij zonsondergang op het strand te gaan lopen, idyllischer dan dat wordt je training niet. Maar van de ene dag op de andere van ondergrond veranderen, is niet zo’n goed idee.

Lopen op het strand is veel vermoeiender en je gaat ook trager lopen door de weerstand van het zand. Volgens studies heb je 1,6 keer meer energie nodig tijdens een jogsessie op zand dan op vaste grond. Die energie gaat onder andere naar de extra inspanning die je voet-, been- en buikspieren moeten leveren op een onstabiele ondergrond als zand. Bovendien verlies je ook wat kracht tijdens het afstoten doordat je het zand tegelijk naar beneden duwt en je afstoot dus veel krachtiger moet zijn.

Lopen op zand is dus fysiek een stuk zwaarder, maar je traint de spieren in je voeten en enkels veel meer. Deze combinatie zorgt ervoor dat je sneller een blessure kunt oplopen en dus is het belangrijk dat je heel goed naar je lichaam luistert.

Wil je toch graag lopen op het strand? Begin dan eerst met een wandelsessie, zo kan je lichaam wennen aan de zachte ondergrond. Bouw daarna je looptijd rustig op, beginnend met 20 minuten, 2 keer per week. Door rustig op te bouwen, verlaagd het risico op blessures.

Voor wie graag blootsvoets loopt, is het strand natuurlijk de place to be. Ook hier is het belangrijk dat je rustig opbouwt. Begin met 10 minuutjes met schoenen, 10 minuutjes zonder. Op den duur zullen de spieren in je voeten voldoende getraind zijn om een volledige sessie blootsvoets aan te kunnen. Laat je echter niet bedriegen door scherpe schelpjes of steentjes die wondes in je voeten kunnen maken.

Het strand biedt ook nog heel wat extra uitdagingen. Door een duin op en af te lopen verhoog je de intensiteit van je workout.

Lijkt lopen op het strand je wel iets? Tijdens Louise Loopt gaat onze route ook een stukje over het strand. Graag meelopen? Bekijk ons eerstvolgende Louise Loopt-event hier.

Wij love lopen