Louises vijf beginnersfouten

Blogpost door Louise Carton

 

In 2016 nam Louise in Rio deel aan de Olympische Spelen. Een ticket Olympische Spelen? Dat haal je enkel door te trainen, trainen, trainen en af en toe .. eens grondig de mist ingaan. Maar fouten maak je om uit te leren. Louise deelt haar vijf beginnersfouten. Watch & learn!

Altijd aan hetzelfde tempo lopen

Ik liep bepaalde trainingen élke keer aan hetzelfde tempo. Gevolg? Ik maakte geen progressie meer. Ons lichaam past zich aan prikkels aan dus is het belangrijk om op tijd een nieuwe impuls te geven. Nu heb ik natuurlijk een coach die mij daarin begeleidt. We werken vaak met hartslag, zeker als we moeten opbouwen. Je hartslag is een heel goede parameter om een inschatting te maken van de intensiteit van je training.

Te lang met een paar schoenen blijven lopen

Een degelijk paar loopschoenen kost een behoorlijke som geld en ik vond het vroeger vaak vervelend om nieuwe te vragen aan mijn ouders. Zelfs vorig jaar nog liep ik met een paar dat eigenlijk compleet afgetrapt was. Net op dat datzelfde moment kreeg ik ook last van mijn blessure. Niet zo verstandig dus 😉

Veel bronnen zeggen dat je best om de 800 à 1.000 loopkilometers een nieuw paar aanschaft. Maar zo eenvoudig is het niet. Het is moeilijk om een bepaald aantal kilometers aan te geven, dat hangt af van de schoenen waarmee je loopt, de ondergrond, je voethouding of de frequentie. Schoenen hebben zo’n 48 uur nodig om te ‘bekomen’ van een loop. Trek je je schoenen sneller aan? Dan gaat de slijtage nog iets sneller. Als ik echt twijfel, dan vraag ik advies bij een gespecialiseerde schoenenwinkel. Zij kunnen na een snelle check meteen zien of het al dan niet tijd is voor een nieuw paar.

Niet eten rond de training

Vroeger had ik het standaard eetpatroon: 3 grotere maaltijden en een tussendoortje. Daar is op zich helemaal niets mis mee, maar toen ik ging samenwerken met mijn voedingsdeskundige leerde ik eten ‘rond’ mijn trainingen. Kort voor een training een koolhydraatrijke snack om met energie te starten en onmiddellijk nadien eiwitten om zo snel mogelijk te herstellen. Dat heeft een groot effect gehad op de kwaliteit van mijn trainingen!

Enkel lopen

Ik ga het liefst gewoon lopen. Oefeningen, zoals stabilisatie, kracht, beweeglijkheid, dat zijn niet mijn meest favoriete trainingen. Toen ik ging studeren en een heel druk programma had, waren dat de eerste sessies die ik liet vallen. Wanneer ik een hoger niveau haalde, werden ook de looptrainingen intensiever. Conditioneel was ik heel sterk, maar mijn lichaam kon niet volgen. Ik heb heel hard moeten werken om sterker te worden, en er is nog veel werk 😉 Lopen vraagt veel van je lichaam. Om die belasting aan te kunnen moet je dus ook zónder loopschoenen aan de slag!

Geen rust nemen

Rust roest, zeggen ze wel eens. Zo dacht ik er ook altijd over. Als er een rustdag in mijn schema stond, vroeg ik mijn coach om toch een halfuurtje te lopen. Zo gingen er soms een paar maanden voorbij zonder ook maar 1 trainingsvrije dag. Toen ik wel ging luisteren en die rustdag wel nam, merkte ik dat die echt nodig is om meer winst te halen uit je trainingen (supercompensatie) én dat ik die rustdag misschien niet altijd fysiek nodig had, maar wel mentaal. Gewoon 1 dag eens niet moeten nadenken over wanneer je moet eten, eens kunnen verder werken aan andere dingen, eens gewone kleren kunnen aandoen 😉

Wij love lopen